vrijdag 11 december 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Arie de Ruiter


Vertel eens iets over jezelf.

In 2004 bracht ik mijn eerste boekje op de markt. Een verhalenbundel, die al lang is uitverkocht. Daarna heb ik twee historische romans uitgebracht: “De getrouwde monnik” – die inmiddels voor de tweede keer is uitgegeven – en “Koopman in de Gouden Eeuw”. Mijn laatste werk is “Carmen, adoptieroman”, een geheel ander genre dus… Inmiddels ligt er weer een nieuwe historische roman bij de redacteur: “Het lijk van Ermelo”. Ik verwacht de uitgave daarvan in maart 2016.
 

Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Mijn passie ligt bij de historische roman. Zoals ik al heb aangegeven, wijk ik daar weleens vanaf. Mijn laatste roman behandelt een sociaal-maatschappelijk item.

Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Het mooie van de historische roman is, dat je door middel van een leuk verhaal wat kunt vertellen over de boeiende geschiedenis van ons land. Misschien is het niet goed uit te leggen waarom geschiedenis belangrijk is, maar het is toch zeker voor veel mensen interessant om wat te weten over de manier waarop hun voorouders geleefd hebben.

 
Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Het leuke van het schrijven is, dat andere mensen genieten van de romans die ik geschreven heb. Natuurlijk is het ook een enorme kick, wanneer ik na een periode van hard werken eindelijk het resultaat in handen heb: een roman van een paar honderd bladzijden met mijn naam op de cover. Bij elk boek denk ik weer bij mezelf: hoe heb ik dit toch voor elkaar gekregen?

 
Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies zijn zonder meer belangrijk, omdat ze van invloed zijn op de keuze van de lezer om jouw boek al dan niet ter hand te nemen. In die zin heeft iedere schrijver baat bij een goede boekbeoordeling. Gelukkig ben ik nooit echt afgekraakt, hoewel er natuurlijk wel eens punten van kritiek zijn geplaatst. Daar probeer ik dan weer lering uit te trekken.
Het is me echter ook wel eens overkomen, dat ik een commentaar kreeg dat naar mijn gevoel nergens op sloeg. In een overigens positieve waardering (dat dan weer wel), werd “Koopman in de Gouden Eeuw”  geen overtuigende historische roman genoemd. Nog steeds vraag ik me af, wat ik er nog meer aan toe had moeten voegen…

 
Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Bloed, zweet en tranen… Dat moet je ervoor over hebben, als je een succesvol schrijver wilt worden. Een enkeling heeft het succes om direct bij het publiek door te breken. Dat heeft niet eens zoveel met kwaliteit te maken, maar veel meer met welwillende recensenten bij de landelijke media. Met het schrijven van een prachtige roman ben je er dus lang niet. De tijd ligt al lang achter ons, dat de schrijver op zijn zolderkamertje zat te schrijven, terwijl zijn boeken wel verkocht werden. Je moet zelf aan de bak! En dan nog duurt het jaren voordat je de erkenning krijgt, die je verdient…, áls je die ooit zult krijgen.

 
Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Er zijn tal van mogelijkheden. Als eerste moet je proberen een goede uitgever voor je boek te vinden. Dat hoeft niet per se een grote bekende uitgever te zijn. Een minder bekende past soms veel beter bij de beginnende auteur, is mijn ervaring. Met mijn huidige uitgever “Boekenindustrie” heb ik goede ervaringen, waarmee ik nadrukkelijk niets ten nadele wil zeggen over mijn vorige uitgever. Het benaderen van lokale en regionale media hoort er ook bij. De plaatselijke kranten, radio en televisie willen doorgaans graag melding maken van het verschijnen van een nieuw boek. Ik heb ook enige keren de landelijke media op mijn schrijfwerk gewezen, maar die tonen tot nu toe geen belangstelling. Mijn motto is: blijven proberen, want je weet nooit hoe een koe een haas vangt.
De sociale media bieden ook mogelijkheden. Ik ben actief op facebook, twitter en linkedin. En ik houd twee blogs bij. Op een ervan plaats ik interviews met al dan niet bekende auteurs. Op de andere plaats ik zo af en toe een filosofietje over mijn schrijfwerk.
En natuurlijk zijn er tal van boekblogs, die graag een recensie willen plaatsen.
Tenslotte ben ik altijd graag bereid om (kosteloos) boekpresentaties of spreekbeurten te houden.
Dus: netwerken, netwerken, netwerken…

 
Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Vijf, waarvan er nog eentje moet verschijnen.

 
Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Moeilijk te zeggen. Elk boek heeft voor mij weer een andere beleving. Als ik dan toch een keuze moet maken, dan is het “Carmen”, omdat ik tijdens het schrijven van deze roman heel intensief met de hoofdpersoon ben “opgetrokken”.

 
Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Geen idee. Volgend jaar verschijnt “Het lijk van Ermelo”. De opvolger daarvan is inmiddels in de maak. Wat daarna komt…, dat weet ik niet.

 
Op welke website kunnen we je vinden?


 
Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Dit is de laatste van een serie schrijversinterviews. Graag wil ik alle schrijvers bedanken voor hun medewerking. Door jullie antwoorden is het een boeiende reeks geworden. Natuurlijk ben ik ook blij met het grote aantal lezers! Hartelijk dank voor jullie interesse!

 

vrijdag 4 december 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Anne Mieke Vermeulen


Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben opgegroeid in Fijnaart (West-Brabant). Nu woon ik al weer zo’n 25 jaar in Den Haag. Tot 2002 heb ik met veel plezier gewerkt als archeoloog. In dat jaar heb ik de overstap gemaakt naar het onderwijs. Mijn werk heeft mij altijd geboeid en in beslag genomen. Het idee om ooit een boek te schrijven, speelde steeds in mijn achterhoofd, maar het ontbrak mij eenvoudigweg aan tijd. Tot ik in 2014 tijdelijk zonder werk kwam.
Ik ben toen begonnen aan een 4-delige cyclus over het leven van een dagloner in de 19de eeuw. Het eerste deel is 10 oktober gepresenteerd. Mijn hoofdpersoon komt net als ik uit Fijnaart en ook hij vertrekt naar Den Haag in de hoop daar in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Overigens houdt daarmee ook iedere overeenkomst op.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre’s?

Mijn debuutroman is een historische roman.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Dit genre biedt de mogelijkheid om de geschiedenis voor een breed publiek toegankelijk te maken. Wie zijn geschiedenis kent, begrijpt het heden beter. Het heden wortelt immers in het verleden.

 
Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Ik vind het heel leuk om onderzoek te doen. Neuzen in archieven en bladeren in oude kranten. Ook bezoek ik vaak de plaatsen waar scènes uit mijn boek zijn gesitueerd. Zo leef ik mij in in situaties en omstandigheden.
Het schrijven zelf vind ik mogelijk nog leuker. Het creëren van personages en hun belevenissen is een spannende bezigheid. De gegevens uit de bronnen moeten dienend zijn aan het verhaal. Dat is soms een hele puzzel.

 
Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Recensies zijn belangrijk zolang de kritieken een opbouwend karakter hebben. Het is fijn om bevestigd te worden bij wat je doet door een goede recensie. Een welgemeende kritische noot helpt mij verder.

 
Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Ik zet de eerste stappen op dit moeilijke pad. De start was bemoedigend. Het boek wordt al direct aardig verkocht. Ik realiseer me dat ik een lange weg te gaan heb.

 
Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Ik ben al direct toen ik begon met schrijven een weblog bij gaan houden en een Facebookpagina gestart. Daar plaats ik korte stukjes over het onderzoek en de vorderingen die ik maak bij het schrijven. Dat heeft al in een vroeg stadium de aandacht getrokken van de lokale en regionale media in Noord-Brabant. Regionaal is de belangstelling groot en het boek wordt goed ontvangen.
De uitdaging is nu om een groter lezerspubliek te bereiken.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Dit is mijn eerste boek.

 
Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Hier heb ik weinig keuze, hè?


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

In ieder geval de drie volgende delen uit de cyclus. Maar ik hoop nog veel meer. Ik heb de smaak echt te pakken gekregen.

 
Op welke website kunnen we je vinden?


 
Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Dank je wel Arie, dat je mij in de schijnwerpers hebt willen zetten.

 

vrijdag 27 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Henk Vaessen


Vertel eens iets over jezelf.

In 1948 ben ik in Oldebroek geboren en op 34-jarige leeftijd naar Putten verhuisd.  Het is heel prettig wonen hier en ik hoef dan ook niet zo nodig weer terug naar m’n geboortedorp. Dat neemt niet weg dat ik heel blij ben in het Saksische gedeelte van ons land te zijn geboren en opgegroeid. Niet dat het in het Oosten beter is dan hier in het land der Franken – of zo wij zeggen: in Holland – maar anders. En dat ‘anders’ zit in m’n genen en heeft voor een belangrijk deel m’n identiteit bepaald. Het Nedersaksisch is de taal waarin ik denk en droom. En die taal, cultuur en beleving is voor een belangrijk deel bepalend voor hoe ik in het leven sta en omga met mensen en gebeurtenissen die op m’n weg komen. Onze nuchtere, relativerende en minder luidruchtige benadering van de dingen vind je terug in de werken van bijvoorbeeld Gerrit Komrij en Willem Wilmink, maar ook in die van m’n bevriende collega’s Janne IJmker en Rikkert Zuiderveld.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Het genre dat ik schrijf is, denk ik, het best te omschrijven als ‘realistische romans’. Naast romans schrijf ik ook gedichten. In mijn boeken zit altijd een personage die van dichten houdt. Op die manier komen ze in ieder geval onder de aandacht van een groter publiek, dan dat je ze in een dichtbundel uit zou geven. Die worden, evenals verhalenbundels, nu eenmaal minder verkocht dan romans.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Het belangrijkste voor mij is dat het voldoet aan drie voorwaarden. In de eerste plaats moet het een realistisch verhaal zijn. Waar gebeurd of op z’n minst waar gebeurd kúnnen zijn. Dan komt het dichtbij de lezer en kan die zich identificeren met personen, plaatsen en gebeurtenissen.
In de tweede plaats moet er naast ernst ook sprake zijn van humor. Een Joodse vriend van me zei eens: “Humor is een gave van God. Die heb je gekregen als een middel om de scherpe kanten van het leven wat af te schaven. Het helpt je om heftige gebeurtenissen die je overkomen, te relativeren.” Zij die die gave bezitten, geven kleur aan het leven en zijn voor mij dankbare inspiraties voor personages in m’n boeken.
In de derde plaats moet de inhoud van een boek tot nadenken strekken en mogelijk de blik van de lezer verruimen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Toen Karel Appel eens gevraagd werd om een definitie te geven van kunst, antwoordde hij: Als je in staat bent om, op welke manier dan ook, jouw emotie over te brengen op een ander, is er sprake van kunst. Die emotie beleef ik in de ontmoeting met mensen. In hun verhalen van tegenslag, succes, tekortkomingen of in hun talenten en hun humor. Dáár wil ik over schrijven en het delen met zoveel mogelijk anderen. Dat ‘delen’ kun je fragmentarisch, persoonlijk in kleine kring doen, maar je kunt het ook verwerken in het grotere geheel van een boek, waardoor je veel meer mensen kunt laten meegenieten. Als ik een lezing geef over schrijven en over de thema’s in m’n boeken, gebruik ik daarvoor als titel: Niets is wat het lijkt en ieder mens heeft z’n verhaal. Je krijgt wel eens reacties van lezers die gebeurtenissen of emoties herkennen en dat vervolgens met je delen. Wat je dan te horen krijgt is soms zó bijzonder, dat het zo te gebruiken is voor een nieuw boek of een onderdeel ervan. Het unieke van ieder mens boeit mij mateloos. Vandaar dat ik heel erg hou van het gesprek met zoveel mogelijk mensen van alle leeftijden, rangen en standen. Aan de andere kant, als ik eenmaal de ‘rode draad’ voor een boek te pakken heb, ben ik - totdat het af is - hoofdzakelijk lichamelijk aanwezig waar nodig en, als het maar even kan, trek ik mij terug in de wereld van de personages uit m’n verhaal. Voor m’n directe omgeving is dit niet altijd even prettig is. Daar werd ik tijdens het schrijven van mijn recent verschenen boek nog op subtiele wijze bij bepaald, toen ik op het toilet zat. Aan de binnenkant van de deur had één van m’n huisgenoten op ooghoogte een krantenknipsel bevestigd met de tekst: Een schrijver in huis, dat is het ergste wat je kan overkomen…    


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Een recensent is nooit helemaal objectief. Zijn/haar persoonlijke smaak zal altijd, zo niet bewust dan wel onbewust, een rol spelen in de beoordeling. En dan moet je het maar net treffen. Maar ook je eigen mening is subjectief. En een in jouw ogen negatieve recensie, in z’n geheel of over bepaalde aspecten, kán voor iemand buiten je doelgroep juist een reden zijn om het te kopen. Met andere woorden, zo mijn uitgever het eens zei: Het maakt niet uit wát ze over je schrijven, áls ze maar over je schrijven.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Als christen heb ik bepaald geen hoge pet op van christelijke uitgeverijen. Hun fonds bestaat veelal uit een select groepje auteurs met wie ze geen of weinig risico lopen. Bovendien komt het merendeel uit het buitenland. Pas als boeken daar een succes zijn, brengen ze hier de vertaalde versie ervan uit. Op die manier wordt nieuw talent geen kans gegeven en komen nieuwe auteurs er nauwelijks of niet aan de bak. Mijn boek Stille finale bijvoorbeeld gaat over de psychologische naweeën van de Tweede Wereldoorlog en over de relatie Jodendom-christendom. Juist vanwege deze thema’s heb ik het destijds naar alle christelijke uitgeverijen gestuurd. Slechts één nam de moeite om überhaupt te reageren. Die schreef me een briefje met de mededeling dat ze het niet wilden uitgeven omdat het teveel een opsomming van gebeurtenissen was en er geen lijn en geen gevoel in het verhaal zat. Vanwege die lakse en ongeïnteresseerde houding, heb ik het toen naar de seculiere uitgeverij Aspekt gestuurd. Ruim een week later kreeg ik een enthousiaste brief mét een contract. Ze vonden het een prettig lezende stijl, een aangrijpend verhaal en actuele thema’s, gezien de toenmalige interesse bij het lezende publiek in spiritualiteit en religie. Nu de achtste druk inmiddels bijna is uitverkocht, vraag ik mij toch serieus af of die christelijke uitgever het destijds überhaupt wel gelezen heeft. Christenen en cultuur is so wie so een gevoelig onderwerp. Persoonlijk vind ik het bepaald niet realistisch kunst te maken die uitgaat van een volmaakte wereld. Boeken waarin personages geen onvertogen woord spreken en het altijd uitdraait op bekering, geven geen echt beeld van de werkelijkheid. Als christen wil ik kunst maken vanuit de volle werkelijkheid, namelijk: het leven in een gebroken wereld, maar ook het leven uit genade. In sommige christelijke kringen wordt er nogal eens benauwd gedaan over de grote, boze wereld, ook als het gaat over de vraag hoe je als christen aanwezig bent in onze cultuur. Mensen die niet geloven acht ik niet minder dan mezelf. In tegendeel, vanuit de relatie met m’n Schepper wil ik met hen omgaan en proberen met Zijn ogen naar hen te kijken en naar hun verhalen en meningen te luisteren. In die zin voel ik me helemaal thuis bij uitgeverij Aspekt die een zo breed mogelijk platform wil zijn voor alle geluiden en ontwikkelingen in onze samenleving. Vandaar dat je in hun fondslijst een bonte mengeling van auteurs vindt die varieert van Theodoor Holman tot Willem Ouweneel, om maar eens twee uitersten te noemen.  


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Kosten gaan voor de baat. Je moet eerst veel tijd en energie investeren om een boek te schrijven. Het zelfde geldt voor het bekend worden bij het lezerspubliek. Ook wat dat betreft moet je zelf tijd, energie en geld investeren. Promotie moet je niet alleen van de uitgever af laten hangen. Die heeft weliswaar belang bij goede verkoopcijfers, maar dat heb je zelf ook. Het is een samenspel. De uitgever verdeelt zijn reclamebudget over al zijn auteurs. Daarnaast kun je zelf gericht adverteren, verkooppunten proberen te vinden en bij landelijke verenigingen op een sprekerslijst proberen te komen. Of en hoeveel het oplevert, moet je afwachten. Maar één ding is zeker: Als je niets doet, gebeurt er ook niets!


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Nadat Aspekt de roman Stille finale had uitgebracht, hebben ze ook m’n al eerder geschreven boek Piel de heilige uitgegeven. Daarna verscheen m’n novelle Herfstlicht en recent is De zevende golf verschenen.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Moeilijke vraag die bijna even lastig te beantwoorden is als de vraag: Van wie van je kinderen hou je het meest? Die zijn, evenals m’n boeken, allemaal verschillend en toch ziet iedereen dat het mijn kinderen zijn. Piel de heilige speelt zich af in het katholieke, bourgondische Vlaanderen, Herfstlicht in het behoudende, armoedige Drenthe en in De zevende golf neem ik de lezer vanuit de Veluwe via Groningen mee naar de binnenlanden van Suriname en tenslotte naar Ethiopië, waar de climax van het verhaal plaats vindt. Maar om nu te zeggen naar welke van deze “kinderen” m’n persoonlijke voorkeur uitgaat…? De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik – los van een titel – van alle personages die ik tot nu toe beschreven heb, persoonlijk nog steeds het meest hou van Piel, de vrouwelijke hoofdpersoon in Piel de heilige.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

In mijn “ideeën-map” zitten momenteel drie suggesties. Dat zouden drie boeken kunnen worden, maar het kunnen ook drie verhaallijnen worden voor één boek. En dát proces vind ik een heel boeiend onderdeel van schrijven. Ik bedoel, dat een verhaal een kant op gaat die je van tevoren niet bedacht had. Het mooie van het je concentreren op het verhaal van een nieuw boek is dat het je geheugen activeert. Zo ineens herinner je je een relevante gebeurtenis of persoon die perfect past in de context van het verhaal. Dat kan betekenen dat je de verhaallijn bij moet stellen, maar dát is nu juist hetgeen je creativiteit prikkelt en wat je achteraf een genoegdoening geeft waar de lezer zich totaal niet van bewust is. Maar goed, om een duidelijk antwoord op je vraag te geven: ik denk dat ik dat het beste kan doen met het leesteken dat achter jouw vraag stond, namelijk: ?


Op welke website kunnen we je vinden?

Weet je, het vervelende van dit “papieren-interview” is dat jij, nadat ik deze vraag las, niet zag hoe ik na een diepe zucht m’n hoofd schudde. Bijna al m’n kinderen verdienen hun dagelijks brood in de creatieve sector. En al een paar keer is mij door hen aangeboden een website te maken voor een symbolische prijs. Maar ik heb er nog geen tientje voor over. Wél had ik 250 euro over voor het plaatsen van een advertentie van De zevende golf in de recent verschenen jubileum-editie van het ChristenUnie-magazine. De reden daarvoor was dat Arie Slob, voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, nadat hij het manuscript had meegelezen, een heel positieve aanbeveling heeft geschreven die op de achterflap staat evenals in genoemde advertentie. Nog geen twee weken daarna had ik mijn uitgever aan de telefoon en hij vroeg: ‘Henk, wat heb je gedaan jongen? In tien dagen tijd zijn er al ruim honderd exemplaren van De zevende golf besteld!’ De titel is een metafoor van een fenomeen op de wereldzeeën, namelijk: zes golven zijn steeds hetzelfde en de zevende is altijd hoger. Volgens de Joodse, zowel als de christelijke jaartelling heeft de mens, vanaf Adam, zesduizend jaar op deze aarde geleefd. Dus, we hebben zes “golven” van duizend jaar gehad en de zevende komt eraan. Die zevende periode wordt ook wel “de eindtijd” genoemd en is een thema in mijn boek. Een magazine dat daar veel aandacht aan besteedt is Het Zoeklicht. Na enig onderhandelen komt dezelfde advertentie voor 200 euro in hun december-editie die niet alleen naar de 8.000 abonnees gaat, maar ook nog eens naar 25.000 andere adressen, waar mensen wonen die allemaal tot de doelgroep van m’n boek horen. Begrijp je dat ik dát veel betere investeringen vind dan het laten maken en bijhouden van een website? Immers, alle informatie die je over mij of over m’n boeken via internet wilt hebben, kun je gratis (!) krijgen door alleen maar m’n naam of de titels van m’n boeken bij Google in te vullen.      


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Het enige wat ik nog wil toevoegen is mijn emailadres en telefoonnummer, voor het geval iemand zou willen reageren op dit interview… henkvaessen@planet.nl / 06-30274260

vrijdag 20 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Peter Hein


Vertel eens iets over jezelf.

Ik denk dat het schrijverschap al vroeg in de kiem aanwezig was. In 1948 schreef ik, als negenjarige, in mijn (verkeerd gespelde) ‘Lochboek’ een verslag van een ellenlange reis naar Zwitserland, met hutkoffers en al, die in Utrecht door ‘witkielen’ voor ons in de trein gezet werden. Destijds was reizen ook nog echt reizen. Sindsdien hield ik jaarlijks reisdagboeken bij van, voor die tijd al tamelijk verre, vakantiereizen met de auto: naar Zuid-Frankrijk, Spanje, Joegoslavië, zodra het voor buitenlanders toegankelijk was (vanaf 1953), Griekenland. En later van veel verdere reizen.
In mijn studententijd (ik studeerde geneeskunde en was vervolgens als gynaecoloog, wetenschapper en Universitair hoofddocent (UHD) Verloskunde verbonden aan de Radboud Universiteit van Nijmegen) wilde ik graag verhalen schrijven. Er was alleen één probleem: ik wist niet waarover. En nu, nu ik mezelf, denk ik, wel schrijver mag noemen en het vak een beetje in de vingers krijg, is het omgekeerde het geval. In werkelijk alles zit een verhaal, de verhalen liggen op straat, je hoeft ze alleen maar op te rapen. Ik zou wel drie levens nodig hebben om alles op te schrijven wat ik nog zou willen schrijven.

Meer over mezelf: getrouwd, drie kinderen en zes kleinkinderen. Na mijn werkzame leven in Nijmegen (waarin ik veel wetenschappelijke publicaties schreef, een andere tak van sport dan het meer literaire schrijven, al liggen die twee toch soms dichter bij elkaar dan je zou vermoeden), gooiden we het roer radicaal om. We verhuisden 15 jaar geleden naar Friesland. Ik bouwde twee van mijn hobby’s uit en werd professioneel beeldhouwer (bronzen beelden) en pakte het schrijven serieus aan. Ik heb enkele exposities per jaar in galeries op verschillende plaatsen in Nederland. Nu wissel ik het boetseren af met schrijven.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Het belangrijkste wat ik tot dusver schreef zou je historische non-fictie kunnen noemen. Vier boeken met betrekking tot de Joodse wereld en de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast schreef ik de (ontstaans)geschiedenis van de Liberaal Joodse Gemeente Gelderland. Al lang voor mijn pensionering schreef ik een flink aantal korte verhalen (vaak naar aanleiding van schrijfwedstrijden). Die verhalen, die in verhalenbundels terechtkwamen, hebben voor het merendeel niets met het Jodendom te maken. En tenslotte is er een verhalenbundel uitgegeven met ‘zeeverhalen’ die ik optekende tijdens een drie maanden durende reis als scheepsarts op een schip van de Holland Amerika Lijn naar Vancouver en terug (naar Rotterdam).


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

De boeken over de oorlog die ik schreef zijn autobiografisch. Ik kan uit eigen ervaring schrijven en beschik daarnaast over vele getuigenissen uit mijn naaste omgeving, zodat ik bijvoorbeeld de ervaringen van onderduikers ‘van binnenuit’ kon beschrijven.
(Ik heb zelf ondergedoken gezeten) Ik kom tot de ontdekking dat ik behoor tot de laatsten die dat nog kunnen en ik vind het belangrijk dat er nog een stem is die ‘uit de eerste hand’ kan vertellen over de dramatische oorlogsperiode. Ik probeer dat feitelijk en geserreerd te doen en zonder drama. De boeken hangen met elkaar samen en vormen een persoonlijke ‘petite histoire’, die de grote geschiedenis invoelbaar maakt, zoals ook bijvoorbeeld Annejet v/d Zijl of Geert Mak dat doen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Gek genoeg: het steeds weer herschrijven en het eindeloos schaven en zien hoe een aanvankelijk nog warrig verhaal daardoor groeit en steeds beter wordt. (Hier ligt ook de overeenkomst met het schrijven van een wetenschappelijk artikel, waar ieder woord raak moet zijn en waarin geen woord teveel mag staan.)


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Tot dusver heb ik gelukkig alleen maar aangename recensies ontvangen. Maar ik denk, dat als een slechte recensie met kennis van zaken geschreven is en in mijn ogen hout snijdt, ik er wel mee kan leven. Ik zal zelfs proberen er mijn voordeel mee te doen bij het schrijven van een volgend boek. (Al lijkt een slechte recensie me natuurlijk niet leuk.) Wat dit betreft werkt mijn ‘vakmatige’ verleden wat mee: ik heb ruime ervaring met wetenschappelijk publiceren. De grote wetenschappelijke tijdschriften laten de ingezonden artikelen beoordelen door twee of meer referees (beoordelaars). Die referees doen hun uiterste best om onvolkomenheden in het beschreven onderzoek aan te tonen. Dat is goed en als onderzoeker en schrijver weet je dat je het artikel vrijwel altijd terugkrijgt met daarbij allerlei vragen. Als je pech hebt vindt de referee dat je méér moet onderzoeken om tot je conclusies te komen. Of men vindt dat er statistische ‘fouten’ zijn gemaakt, of…etc. etc. Dat levert altijd weer veel extra werk op. Zoiets is weliswaar iets anders dan een slechte recensie, maar leert wel je te wapenen tegen ‘negatieve reacties’, al zijn hier geen emoties bij betrokken en bij een slechte recensie van een boek, lijkt me, wel.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Ik heb het geluk gehad dat Meulenhoff Boekerij direct enthousiast was over het eerste manuscript dat ik hun stuurde en me met open armen verwelkomde. Snel nadat dit boek (De onderduikers) uitgegeven was, werd me gevraagd het manuscript van een volgend boek aan te leveren. Dat is inmiddels ook uitgegeven. (Het zesde jaar) En nu ben ik hard bezig aan een volgend boek, waar de uitgeverij al op zit te wachten.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Dat deed vooral de professionele PR afdeling van Meulenhoff (die persberichten naar alle kranten, weekbladen, radio en TV stuurt en overal goede contacten heeft) en de afdeling Verkoop die voor een ruime distributie van de boeken over het hele land zorgt (ik was daar behoorlijk van onder de indruk). Het leverde verschillende recensies in de bladen en interviews op.
Mijn eigen aandeel is daarnaast dat ik tamelijk veel lezingen geef. Ik heb een lange tijd geblogd (maar heb daar geen tijd meer voor) en ik werk met mijn website, af en toe nieuwsbrieven (ook n.a.v. beeldenexposities), Facebook, Linkedin, Twitter. Met al mijn activiteiten op Social Media was ik al begonnen, lang voordat ik klaar was met het eerste manuscript en zelfs lang voordat ik een uitgever had. Maar op dit moment doe ik er weinig mee (te tijdrovend en m.i. valt kosten (tijd) – baten (verkoop) analyse  negatief uit (zie onder)).

Van De Onderduikers (begin 2014) was er na 7 weken een tweede druk en zijn er nu tegen de 4000 ex. verkocht. Van het volgende boek: Het zesde jaar (eind 2014) zullen nu tegen de 2000 ex. verkocht zijn. Ik denk dat mijn ‘Social Media activiteiten’ daar maar weinig aan hebben bijgedragen en dat ik er verstandiger aan doe om alle energie te stoppen in het volgende boek, dat, naar ik hoop, binnen één á twee jaar in de winkels ligt. (zie voor “zelfpromotie op Social Media ook mijn artikel in Buzzboeken, ‘Het vak’ in http://www.buzzboeken.com  , waarin mijn conclusie is dat je, als je voor de keuze staat, je beter tijd kunt besteden aan schrijven dan op internet verwijlen.)


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Zes boeken, (waarbij ik mijn proefschrift (1972) en wetenschappelijke boeken en artikelen hier niet meetel).


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

De Onderduikers (2014). En wel omdat het een veelomvattende geschiedenis is, waarin niet alleen de zeer turbulente onderduik van mijn ouders beschreven wordt, maar ook de Nederlandse wereld om hen heen in de oorlogsjaren, waarbij thema’s als verraad, collaboratie, verzet, maar ook de ‘accommodatie’ (met de bezetter) en ‘het grote wegkijken’ van de Nederlandse bevolking (wat betreft het lot van de Joden) aan de orde komen.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Geen enkel idee, en ik denk ook niet in kwantiteit: een manuscript gaat pas de deur uit als ik vind dat het absoluut goed is (wil natuurlijk niet zeggen dat het ook goed IS, maar ik leg de lat hoog) en dat duurt bij mij eerder lang dan kort. Ik schreef zes boeken in ca 15 jaar, dat is gemiddeld één per 2 ½ jaar en ik begin wat ouder te worden (ben van 1939), dus verstandiger om hier maar niet te speculeren over aantallen en rustig door te werken.


Op welke website kunnen we je vinden?



Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Allereerst wil ik Arie bedanken voor dit interview: het is een erg leuk en goed initiatief om op deze manier verschillende schrijvers aan het woord te laten.

Daarnaast wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om een paar dingen te zeggen die me na aan het hart liggen (en waarmee ik minder gevorderde schrijvers misschien van dienst kan zijn), op het (grote) gevaar af, arrogant gevonden te worden, maar zo is het absoluut niet bedoeld.

Het valt me op dat er in de verschillende Linkedin schrijfgroepen (en ook elders) veel geklaagd wordt dat men te weinig kansen krijgt bij uitgevers. Tegelijkertijd zie ik dan in hetzelfde stukje van diezelfde mensen foute formuleringen en kanjers van taalfouten die niet hadden mogen voorkomen. Voldoende reflectie en zelfkritiek zijn essentieel!
Zó schrijven dat alleen het beste dat je te bieden hebt goed genoeg is, is een zwaar, arbeidsintensief en soms moeizaam proces, dat, naar ik meen, te vaak onderschat wordt.
Een leuk verhaaltje is nog geen goed verhaal.
Om succes te hebben moet je het er voor over hebben om langdurig te zwoegen. En dan heb je nog geen enkele garantie dat je boek ergens wordt geaccepteerd. Dat risico moet je bereid zijn te nemen.

In feite ben je gek als je daaraan begint! Maar in mijn geval: ik kán gewoon niet anders: ‘het verhaal/boek móet eruit’.

Schrijver Peter Buwalda zei in het programma ‘Zomergasten’: ‘Bij het schrijven van Bonita Avenue was ik maanden (misschien zei hij zelfs wel: ‘jaren’) van de wereld. In die tijd lééfde ik niet.’ Dat is een heftige uitspraak!
Ik voelde herkenning: dat had ik al langer precies zo: je bent een hele tijd zo intensief bezig dat je in die periode niet echt leeft. En dat moet je er voor over hebben.

En tenslotte nog iets wat ik belangrijk vind: meelezers: kies ze zéér zorgvuldig en vooral niet onder je vrienden (‘die toch zo belezen zijn’). (Bijna) niemand durft je echt af te branden. Maar als ze dat niet doen, is al dat lezen zonde van ieders tijd. Vraag een vage kennis (een váge kennis, dus, die niet emotioneel bij jou betrokken is) of diegene iemand ánders kent, die goed als meelezer zou kunnen werken. Dan weet je zeker dat er geen enkele relatie met jou bestaat (die een echt superkritische benadering van je manuscript in de weg zou kunnen staan).
Overigens werk ik, nu ik mijn redacteur bij Meulenhoff Boekerij heb, niet meer met andere meelezer(s) dan mijn zéér kritische echtgenote, die me ongezouten haar mening geeft. Niet altijd/meestal niet leuk, maar in de meeste gevallen heeft ze m.i. gelijk.






vrijdag 13 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Robert Thomson


Vertel eens iets over jezelf.

Ik ben geboren op 16 september 1950. Mijn vader was eigenaar van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM). Ik kom dus uit een scheepsbouwersgezin. Toen ik 6 jaar was kreeg ik polio en op mijn 11e jaar werd ik op een jongenspensionaat geplaatst. Daar heb ik vroeg geleerd om mij te handhaven en voor mezelf op te komen. Dat was moeilijk, want de gevolgen van de polio waren toen nog zichtbaar aanwezig. Na 8 jaar internaat ben ik op de IVA in Driebergen de bedrijfskundige kant van het autovak gaan studeren. Daarna ben ik op een bank gaan werken en heb alle facetten van het bankvak doorlopen. Ik heb diverse functies bekleed, waaronder ook leidinggevende. In 2008 ben ik op 58-jarige leeftijd gestopt met werken om mij aan mijn grote passie te wijden, namelijk: het schrijven van romans. In 2012 kwam de eerste uit. Het manuscript van mijn vijfde roman is in de afrondingsfase.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Ik schrijf uitsluitend fictie. Sommige van mijn romans worden als thriller aangemerkt. Maar zelf vind ik het romans. Ik heb een hekel aan de kwalificatie ‘literaire thriller’ of ‘literaire roman’. Laat dat ‘literair’ er maar af wat mij betreft. Een zakelijk verslag kan op literaire wijze geschreven zijn, maar een roman of een thriller MAG niet op zakelijke wijze geschreven zijn. In dat licht gezien zijn die genres altijd literair.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Dat mijn romans vlot geschreven zijn, makkelijk leesbaar met een duidelijke plot. Het hoofdpersonage moet een zekere maatschappijvisie hebben. Dat hoeft niet per se te stroken met mijn eigen opvattingen. Wat ik erg belangrijk vind is dat de personages tastbaar, invoelbaar en geloofwaardig zijn. Vooral door te beschrijven wat erin hen omgaat, waardoor je hun handelen kunt verklaren, vind ik essentieel.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Schrijven is een uiting van kunst, waarbij je al wat menselijk en onmenselijk is een literaire vorm geeft. Het is ook het vermogen om vanuit de diepste bronnen van je ziel een tableau van de belevingswereld van je personages te schilderen dat emoties bij de lezer oproept. Ook voor de duistere kanten mag je niet weglopen. Die zitten in ieder mens. Hoe fictief het verhaal ook is, schrijvers schrijven altijd over zichzelf. Dat vereist een gedetailleerde veelzijdigheid van een auteur. Als je daar niet over beschikt blijven de personages nietszeggend en oppervlakkig. Schrijven is ook: het herinneren van ‘nooit werkelijk gebeurde feiten’. Dat zei Harry Mulisch ooit. Daar ben ik het volledig mee eens. De ultieme vorm van fantaseren zou je kunnen zeggen.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Aan niet alle recensies hecht ik evenveel waarde. Natuurlijk vind ik het geweldig als ik lovende recensies krijg. Maar wat mij het meeste raakt zijn de reacties van lezers. Op mijn laatste roman De offerschalen van Satan kreeg ik heel veel reacties van vrouwen die met huiselijk geweld te maken hadden, of hebben gehad. Zij lieten unaniem weten dat huiselijk geweld vanuit streng orthodox-gereformeerde kring vaak onbesproken blijft. Ook ontving ik een reactie van een man uit diezelfde kring. Hij verguisde mijn boek. Het was volgens hem een roman vol leugens. Uit zijn reactie bleek al dat ik met mijn onderwerp de vinger op de zere plek had gelegd. Er zat zelfs een vrouw tussen die bekende dat ze het boek bij een vriendin gelezen had en dat voor haar man verborgen hield, uit angst voor represailles.

Bij mijn debuutroman ontving ik een recensie waarin een aantal kritiekpunten zaten. Die punten heb ik ook aangepast na de 4e druk en na een opleiding communicatie & redactie bij NCOI. Nu weet ik dat de eerste drukken nooit zo uitgegeven hadden mogen worden. Zaken die ik in mijn onschuld benoemde, laat ik nu meer aan het oordeel en de fantasie van de lezer over. De suggestie is soms sterker dan wanneer je te veel details benoemt. Je toont daarmee respect voor de lezer, die zich dan minder bij de hand genomen voelt.
De kunst is uit de recensies lering te trekken, ook als ze lovend zijn. Elke schrijver kent de zwakke punten van zijn of haar boek beter dan welke recensent ook.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Dat is zeker waar. De boekenmarkt is erg gesloten. De grotere uitgevers bewandelen veilige, schoongeveegde paden en staan eigenlijk niet echt open voor nieuw bloed. Daar komt nog eens bij dat ze schrijvers die op oudere leeftijd zijn begonnen nauwelijks een kans geven, of je moet Bram Moszkowicz heten of Alexander Pechtold. Terwijl die zich vaak bedienen van ghostwriters. Omdat zij bekendheid genieten en al een podium hebben, durft een uitgever het avontuur wel aan. Eigenlijk vervuil je daarmee de schrijversmarkt. Uitgevers moeten zich weer gaan richten op het boek zelf en wat minder op wie het geschreven heeft. Door het overdreven protectionisme van de reguliere uitgevers ontstaan  make-believe-internetuitgevers die gretig in het gat duiken. Dat levert vaak tenenkrommend slechte boeken op. Soms verschijnen er ook heel goede boeken, maar die zijn uit geldgebrek van uitgever en schrijver slecht geredigeerd. Een boek uitgeven kost al gauw zes- tot tienduizend euro om het goed in de markt te zetten. Bovendien kom je als kleine uitgever al niet eens binnen bij AKO of Bruna. En ook bij de kleinere boekwinkels is het vaak moeilijk, omdat ze de uitgever gewoon niet kennen en dus het risico niet nemen. Dan bestellen ze hooguit één of twee boeken. Daar rookt voor de boekwinkel, de uitgever en de schrijver de schoorsteen niet van. Overigens moet een schrijver nooit schrijven om er geld mee te verdienen. Een schrijver/schrijfster moet schrijven omdat het in hem of haar zit. Het is een vorm van masochisme oftewel zelfkastijding.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Dat heb ik tot nu toe overgelaten aan mijn uitgever, maar die loopt niet zo hard. Het is ook maar een kleine uitgever met een klein budget, te klein zou je kunnen zeggen. Hard werken, weinig verdienen en je verliezen in het uitgeefproces in plaats van het doeltreffend benaderen van de juiste partijen om naamsbekendheid te verwerven. Ik heb zelf promotiefilmpjes gemaakt, zelf mijn boeken laten recenseren door diverse media. Zelf boekhandels in mijn omgeving benaderd.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Vier romans, de vijfde in wording.
            Een onverwachte erfenis
            De zwarte spiegel
            Een obsessieve drang
            De offerschalen van Satan
            Het kille doodskleed (nog werktitel, in de afrondingsfase)


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

De zwarte spiegel. Daar komen in de jeugdflashbacks autobiografische aspecten in voor.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Hopelijk elk jaar één.


Op welke website kunnen we je vinden?
http://www.rthomson.nl en de uitgever waar ik tot nog toe bij zit http://www.booklight.nl


Heb je zelf nog iets toe te voegen?


Na elke uitgegeven roman beland ik in een postnatale depressie omdat ik mijn personages eerst moet vermoorden alvorens ik nieuwe in mijzelf kan creëren. Een roman die eenmaal de weg naar de boekwinkel heeft gevonden kan ik dan pas loslaten. Dan pas is het voor mij een boek geworden zoals elk ander boek. Ik zou er zelfs een objectieve recensie over kunnen schrijven. Zo bipolair moet een schrijver zijn. Zo werkt dat bij mij. Hoe hoogdravend sommige uitspraken ook moge zijn, ik heb niet de illusie dat mijn boeken ooit een literaire aardverschuiving zullen veroorzaken. Als lezers zich ermee vermaken is mijn doel al bereikt.

vrijdag 6 november 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Marcel van Driel


Vertel eens iets over jezelf.
  
Mijn naam is Marcel van Driel. Ik ben schrijver van voornamelijk jeugdboeken, spreker over Waanzinnige Plannen en vader van twee zonen.


Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genre's?

Ik schrijf wat ze in het Engels ‘genre-fiction’ noemen. In het Nederlands is daar niet echt een goeie term voor, maar het is de verzamelnaam voor fantasy, science fiction, horror en thrillers. Daarnaast heb ik twee non-fictieboeken geschreven: ‘Waanzinnige Plannen – en hoe ze te realiseren’ en ‘Geen Tijd, Geen Geld, Toch Doen’.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Dat het haaks staat op het dagelijkse leven, dat de personages dingen beleven die wij normaal niet beleven en dat we heel even in een andere wereld terechtkomen.


Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

Het leukste is om vorm te geven aan de verhalen die in mijn hoofd ontstaan, personages tot leven te wekken en zo de lezers te vermaken en – heel misschien – een glimp te bieden van een ander soort leven.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

Mijn boeken worden niet heel vaak gerecenseerd. Vroeger kon ik nog wel eens wakker liggen van een slechte recensie, nu zie ik steeds meer dat het de mening is van één persoon en dat ik het niet iedereen naar de zin kan maken. Zelf blijf ik mijn grootste criticus, wat dat betreft.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

Als schrijver doe je twee dingen. Ten eerste schrijf je – iedere keer weer opnieuw – het beste boek dat je in je hebt. Daarna probeer je dat boek – met behulp van je uitgever –zo goed mogelijk te verkopen. Het een heeft helemaal niets met het ander te maken. Zoals mijn collega Judith ooit twitterde: een goed boek schrijft zichzelf net zo min als het zichzelf verkoopt.
Ik heb grote successen zoals de Superhelden.nl-trilogie en ik heb grote flops. Als schrijver ben ik op alle boeken even trots, omdat het (gebrek aan) verkoopsucces niks te maken heeft met de kwaliteit van het boek. Maar om te kunnen leven van mijn vak, moet ik natuurlijk wel boeken verkopen, dus ik besteed zeker ook veel aandacht aan promotie. Maar wat er uiteindelijk met een boek gebeurt, is altijd weer een verrassing.


Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Vertellen over wat ik schrijf (en waarom) op social media, scholen langsgaan, in gesprek gaan met lezers en leerkrachten, interviews geven.


Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Ik heb ondertussen 44 titels op mijn naam staan.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Het blijft lastig kiezen, maar de Superhelden.nl-serie (in 2016 verschijnt deel 4 in Nederland en deel 1 in Duitsland) is toch wel mijn grootste prestatie, zowel literair als qua verkopen.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Ik hoop nog honderd!


Op welke website kunnen we je vinden?

www.superhelden.nl voor de serie, www.stoerboek.nl voor mijn blog en www.waanzinnigeplannen.nl voor de non-fictie en de lezingen.


Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Dank je wel voor de leuke vragen en de mogelijkheid om over mijn vak te mogen vertellen!


vrijdag 30 oktober 2015

Schrijver in de schijnwerpers: Aloka Liefrink


Vertel eens iets over jezelf.

De eerste negen maanden verbleef ik in een weeshuis in Kerala. Vervolgens werd ik geadopteerd door een Belgisch Nederlands echtpaar en groeide ik op in de Kempen.
Ik kreeg de passie voor het schrijven mee via de ‘adoptiegenen’ van mijn vader.
Die was naast hoofdredacteur, vertaler en ook jeugdboekenauteur bij de Standaard uitgeverij. Ik ‘beloofde’ mijn vader ook te gaan schrijven. En daar ging ik voor!
Tijdens de middelbare schoolperiode deed ik mee aan gedichten- en verhalenwedstrijden waarmee ik prijzen won. Pas toen ik 26 was, en lang na het pijnlijke verlies van mijn adoptievader, schreef ik mijn levensverhaal neer en kwam tot de ontdekking dat het niet bij enkele A4’tjes bleef. Een proeflezeres, die het met veel enthousiasme las, motiveerde me om dit voor te leggen bij een uitgever.
Om het verhaal iets minder persoonlijk te maken kleurde ik Verweesd in met een fictief randje.



Welk genre schrijf je voornamelijk en heb je daarnaast ook andere genres?

Voorlopig houd ik het bij thrillers, omdat dit het genre is dat me het beste ligt. In dit genre heb ik ook mijn lezerspubliek opgebouwd.


Wat vind je belangrijk aan juist jouw genre?

Ik geloof dat elke romanschrijver een ‘been there done that-gehalte’ nodig heeft.
Uiteraard is spanning de hoofdmoot in het thrillerschrijven. Ik stel me vaak de vraag als ik iets hoor of lees: ‘Wat als mij dit zou overkomen? En hoe kan het nóg erger aflopen?’
Ik focus me graag op de psychologische spanning.



Wat vind je zo leuk aan het schrijversvak?

De hele ontwikkeling van A4’tje naar boek. Het fijne moment waarop je een geweldige ingeving krijgt om een verhaal te starten, is erg leuk! Het uitwerken van de verhaallijn is uitdagend, want alles moet kloppen.
Het schrijfproces is dan weer verrassend want - in mijn geval - kan het verhaal nog vele kanten op gaan. Ook is het erg motiverend en leerrijk om samen te werken met proeflezers, dus ik kijk telkens uit naar hun mailtjes.


Welke waarde hecht je aan recensies? Zowel goede als slechte.

De recensies van mijn echte lezers neem ik heel erg in acht. Van elke nuttige vorm van lezersfeedback kan ik groeien. Zij zijn mijn belangrijkste referentie en daarom schuim ik ook niet álle recensiesites -blogs af. Ik lees ze wel, maar ik heb intussen geleerd om daar objectief tegenaan te kijken.


Het is bekend, dat het voor veel schrijvers heel moeilijk is om een plaats op de boekenmarkt te veroveren. Ook al hebben ze nog zo'n goed boek geschreven. Hoe ervaar jij dat / heb je dat ervaren?

De boekenmarkt is best pittig! Ik zie ook dat proces als een uitdaging. In dit vak weet je dat je snel onderaan de stapel terechtkomt.
Daarom probeer ik (in de eerste fase) om mijn boek zo visueel en duidelijk mogelijk voor te stellen. Zo is de kans groter dat de lector, redacteur , uitgever zin krijgt om het hele verhaal te lezen. (Ik kijk ook goed naar de vereisten van een uitgeverij bij het inleveren van een manuscript.)
Ik geef meteen aan wat ik met mijn boek wil bereiken, waarom ik voor uitgeverij ‘X’ kies, en waarom ik het boek nú inlever. (Bv. publicatie in de ‘maand van het spannende boek’.)
Het schrijven zelf vraagt doorzettingsvermogen, maar de stap naar de uitgever vereist ook best wat volharding.



Wat doe je / deed je om bekend te worden bij het lezerspubliek?

Ik werk graag en veel via social media, waardoor ik ook een breed netwerk heb met bladen, bloggers etc… Ik onderhoud mijn officiële pagina’s goed en beantwoord – in de mate van het mogelijke - elk mailtje van een lezer. Ook stap ik zelf op boekhandels af met de vraag of er signeermogelijkheden zijn, dit in de commerciële periodes.



Hoeveel boeken heb je inmiddels geschreven?

Vijf en ben nu aan mijn zesde bezig.


Naar welke titel gaat je persoonlijke voorkeur uit en waarom?

Ik heb geen voorkeur. Elk boek dat ik schreef heeft een titel die bij de inhoud/ boodschap past.


Hoeveel boeken zullen er nog van jou verschijnen, denk je?

Tot zo lang ik leef, wil ik blijven schrijven en publiceren!


Op welke website kunnen we je vinden?

www.alokaliefrink.com


Heb je zelf nog iets toe te voegen?

Mijn dank Arie, voor dit leuke interview!